De dijken “alle sligt weg effen grond” – Finsterwolde en de Kerstvloed van 1717

Ed[e]l Hoogw[elgeboren] Heer R. ten Winkel, Drost der Oldambten,

Het carspel Finserwold berigt UEd[ele] Hoogw[elgeborene] in schuldige onderdanigheid de ellendige en droevige staat door de sware storm den 25. decemb[er] ons over gekomen, waardoor verscheiden huisen weggespoelt en de rest doorgaans van muuren en omslag ontbloot, de goederen weggespoeld, ses menschen verdronken met verscheide vee, so en in dier voegen dat de meeste kleine huisen niet konnen bewoont worden en alles in een desolate staat gesteld is.

Angaande de dijken berigten [wij] UEd Hoogw. dat van de Heerendijk af (waar vanwegens een grote kolk in ’t Loijrak, ter plaatze daar de kolk 1686 is geweest, geen seker berigt weten) tot an de Bellingwolderzijl hier en daar een entje van een kap, na dat wij van verre konnen zien.

Van Bellingwolderzijl tot an de plaatze van de H[ee]r Borgem[eeste]r Julsinga zal[iger] ged[achtenis] is behalven de genoemde kolk de kap ten eenemaal weg, zijnde bij elke zijl nog een diep gat of kleine kolk ingelopen gelijk doorgaans in dit geheele pand verscheidene binnengaten gespoeld zijn. Van de H[ee]r Borgem[eeste]r Zal[iger] ged[achtenis] plaatze tot an de pastorie overal doorgaande gaten met nog hier en daar een entje of bultje van een kap. De pastoriedijken en de rest tot an het loeg alle sligt weg effen grond. De Muusdijken tot an de scheiding van Finserw[olde] alle doorgaans weg.

So dat genoemde carspel in zulken desolaten staat is gesteld dat het voor de ingesetenen desselfs onmogelik is de schade te herstellen. Hebben UEd[ele] Hoogw[elgeborene] volgens gewone pligt dit berigt laten toekomen [met het verzoek] of mogelik eenig middel konde uitgevonden worden waardoor de ellendige ingesetene geholpen en getroost mogten worden,

Finserwolde den 29. decemb[er] 1717,

Berent Hindricks als Dicrechter
Hindrick Dercks als Dicrechter


De Kerstvloed van 1717 was de laatste grote overstroming in Noord-Nederland, 1718, kopergravure Philomon Adelsheim De Kerstvloed van 1717 was de laatste grote overstroming in Noord-Nederland, 1718, kopergravure Philomon Adelsheim

Commentaar

De Kerstvloed van 1717 maakte qua Groningerland vooral slachtoffers langs de kust tussen Zoutkamp en Uithuizermeeden, maar dat betekende niet dat men er elders geen last van had. Zo vielen er acht doden in Finsterwolde. In het bovenstaande bericht van vier dagen later hebben de lokale dijkrechters weet van zes slachtoffers – twee zijn dus nog niet gevonden.

In Finsterwolde spoelden verscheidene huizen in hun geheel weg, van de rest waren de muren ingestort en stond alleen het gebintenstel nog overeind met eventeel een zolder die nog wat beschutting kon bieden. Dat was alleen bij de grotere huizen, de boerderijen het geval. De meeste kleine huizen waren onbewoonbaar. En Finsterwolde was destijds vooral een dorp van kleine huizen, deels bewoond door vissers die hier direct aan de kust visten op bot en garnaal.

Vooral de desolate toestand van het dorp maakt indruk. De dijkrechters besteedden echter twee maal zoveeel ruimte in hun verslag aan de staat van de dijken. Dat was hun taak, daarvoor waren ze aangesteld, en die dijken moesten uiteraard ook zo snel mogelijk weer in orde worden gebracht.


Bron: RHC Groninger Archieven Toegang 1605 (rood na de Reductie, archief stadsbestuur van Groningen 1594-1816) inv.nr. 335 (ingekomen missives) bundel 1717.

NB: De Groninger Archieven beginnen een publieksparticipatieproject in de vorm van een website waarop zoveel mogelijk transcripties van ooggetuigeveslagen en andere bronnen over deze ramp komen te staan. Meer informatie is te vinden onder nieuws.

Deel deze pagina