De dijken breken! - jeugdverhaal van Martine Letterie

Martine Letterie schreef De dijken breken!, een aantrekkelijk historisch verhaal, dat zich afspeelt in de eigen omgeving van de kinderen. Door in de huid van de hoofdpersonen te kruipen kunnen zij zich inleven in de historische gebeurtenissen van 300 jaar geleden. Het verhaal brengt historische feiten tot leven en vormt de aanleiding om na te denken over het heden. Rick de Haas verzorgde de illustraties. Het boek werd medio oktober gepresenteerd op CBS De Noordkaap in Uithuizermeeden.

Hieronder lees je een fragment van het eerste hoofdstuk van dit spannende verhaal over John, het jonge neefje van dijkopzichter Thomas van Seeratt. Het hele boek is als PDF te downloaden via dit linkje: De dijken breken!

John en oom Thomas

Johns billen doen pijn. Zijn ene voet prikt en de andere voelt hij helemaal niet meer. Hij kan best goed paardrijden, maar zo lang…
Dit is de tweede dag en ze zijn ook vandaag al uren onderweg. De wind raast om zijn hoofd en dringt door zijn jas heen. Zijn vingers
zijn verstijfd van de kou, maar hij moet flink zijn. Hij is met oom Thomas op reis om zijn vak te leren. Omdat John last heeft van
zeeziekte, kan hij geen kapitein worden zoals zijn vader. Dat is al erg genoeg. Dus nu zal hij zich niet laten kennen.
Oom Thomas rijdt voor hem op zijn witte schimmel. Zijn zwarte mantel hangt over de kont van het paard. Op zijn lange gekrulde pruik draagt hij een driekant met bontranden. Hij draait zich om in zijn zadel. ‘Gaat het nog goed, John?’
‘Ja hoor!’ Johns stem waait weg in de wind. Gelukkig maar. Daardoor hoor je niet dat hij bibbert.
‘Zie je die boerderij daar?’ Oom Thomas wijst naar een huis in de verte. ‘Daar woont Berend Claassen met zijn vrouw en kinderen. ‘Ik ken hem nog van mijn vorige ronde. We zullen eens kijken, of we daar iets te eten kunnen krijgen.’
Oom Thomas van Seeratt werkt sinds vorig jaar voor de provincie Groningen, als ‘kommies.’ Hij moet ervoor zorgen dat de dijken in orde zijn. Meteen toen hij de baan kreeg, heeft hij een reis langs de dijken gemaakt. Toen ontdekte hij dat ze er heel slecht aan toe waren. Hij gaf de opdracht om zo snel mogelijk de grootste gaten te dichten.
Nu kijken oom Thomas en hij samen of dat gelukt is. Gisteren zijn ze van Groningen naar de borg Panser gereden, die vlakbij Zoutkamp ligt. Daar hebben ze gelogeerd bij een oude dame. Vandaag rijden ze langs de dijk richting Roodeschool. Volgens oom Thomas kunnen ze logeren op de Menkemaborg bij Uithuizen. John hoopt dat het niet erg ver meer is…
Hij spoort zijn pony aan en gaat naast zijn oom rijden.
‘Oom Thomas, die boerderij van Berend Claassen ligt wel heel dicht bij de dijk!’
Zijn oom klopt hem op zijn schouder.
‘Goed gezien! De dijk zou ergens anders moeten liggen, verder van het huis. En hij is veel te steil gebouwd, als een soort muur. Je kunt de zee niet tegenhouden. Ze is veel te sterk. Je kunt de zee alleen maar leiden. Er moet een nieuwe dijk komen, maar dat moet de provincie eerst goed vinden. Met Berend heb ik de afspraak, dat hij de oude dijk alvast wat minder steil maakt.’
Oom Thomas houdt zijn paard stil. Ze zijn er. Eerst springt hij zelf van zijn paard en hij landt met zijn laarzen midden in de blubber. Dan pakt hij de teugels van Johns pony.
‘Zo jongen, stap maar af. Als we over een paar dagen thuis zijn, kun je een brief aan je ouders in Rotterdam schrijven. Dat het leven van een komies in Groningen net zo zwaar is als dat van een kapitein!’ Hij knipoogt naar John, terwijl die zich uit zijn zadel laat glijden. John mist zijn ouders en zijn broertje, maar oom Thomas’ aardigheid maakt een hoop goed.
Uit de boerderij komt een grote man. Hij is vast heel sterk, want hij heeft brede schouders en flinke handen. Hij heeft een vriendelijk gezicht, grijze ogen en blonde haar.
‘Heer Thomas! Wat goed dat u er bent. En dat met dit weer! Gaat u maar gauw naar binnen, dan zorg ik voor uw paard.’
Oom Thomas schudt zijn hoofd. ‘Nee, Berend. Ik wil eerst de dijk bekijken, samen met jou. Dit hier is mijn neefje John. Volgens mij is
hij helemaal verkleumd. Dus als hij vast bij het vuur mag zitten…’
‘Dat lijkt me een goed idee.’ Berend glimlacht en doet de deur open, waardoor hij net naar buiten kwam. ‘Geertje!’ roept hij naar binnen. ‘Kom eens helpen!’
Geertje is een meisje van Johns leeftijd en ze is ongeveer even groot als hij. Onderuit haar witte muts bungelen twee lange blonde
vlechten. Met haar blauwgrijze ogen kijkt ze ernstig van John naar de pony.
‘Ik vraag me af, wie van jullie twee het natst is.’
Zonder het antwoord van John af te wachten, zegt ze, ‘Zullen we je paard eerst binnen zetten?’
Ze pakt de pony bij de teugels en voert hem de stal binnen die aan het huis vast zit. John loopt achter haar aan. Zijn ogen moeten even aan het donker wennen, maar dan ziet hij drie koeien en een geit staan. Op een balk kraait een haan. Het is warm in de stal en het ruikt er naar mest en stro. Gek genoeg voelt John zich meteen thuis. Geertje bindt de pony aan een paal naast de geit. ‘Hoe heet jij?’
‘John.’ Met zijn koude vingers probeert hij het zadel los te maken.
‘Wat een gekke naam!’ Geertje slaat haar hand voor haar mond.
‘Dat mag ik niet zeggen!’

Het hele verhaal kun je lezen door op dit linkje te klikken: De dijken breken!

Illustratie van Rick de Haas uit 'De dijken breken!' Illustratie van Rick de Haas uit 'De dijken breken!'

Deel deze pagina